Algemene regels

Rikken is een Brabants en Limburgs kaartspel. Het spel wordt gespeeld met alle kaarten van een stok zonder de jokers. De laagste kaart is de 2 en de hoogste de aas.

Het bieden

De mogelijke boden, volgorde en de waardering voor het halen van het bod staan hieronder.

“Beter” is hetzelfde bod, maar dan met harten troef en is altijd hoger dan de andere troeven. Rik beter kan dus alleen overboden worden door 8 alleen of hoger.

 

De punten die de hoogste bieder (en zijn maat) haalt of verliest worden betaald door of juist toegekend aan de overige spelers. Als men bij het rikken nat gaat betaalt de maat niets, maar krijgt hij ook geen punten.

Verder kan het ook zo zijn dat meerdere spelers een bod tegelijk spelen. Zo kan bijvoorbeeld als één speler een misèrebod heeft gedaan een andere speler (die nog mag bieden) besluiten mee te misèren en ook pogen nul slagen te halen. Als het bieden is afgelopen geeft de hoogste bieder, indien van toepassing, aan wat troef is en welke kaart hij meevraagt als maat.

De gevraagde aas

De maat wordt door de rikker bepaald door een aas mee te vragen. Dit moet een aas zijn van een kleur waarvan hij zelf minstens één kaart heeft. Als hij 4 azen heeft vraagt hij om een koning.

Het spel

Als men rikt maakt men een kleur troef en vraagt men een maat mee. Bijvoorbeeld klaveren troef en degene die schoppenaas heeft is maat. De maat is pas officieel bekend als degene die rikt de “vraagaas” gooit. Er moet, zo mogelijk, kleur bekend worden en er heerst geen troefplicht. In de eerste slag van de gevraagde kleur (hier schoppen) MOET de aas gespeeld worden, het risico bestaat dus dat deze wordt gespeeld op een slag die reeds ingetroefd is.

Als de rikker of zijn maat uit mag komen zullen zij beginnen met troeftrekken of, als de rikker geen troef heeft, met de gevraagde aas uitkomen. De tegenstanders van het rikpaar zullen meestal uitkomen in een andere kleur dan troef of gevraagd. Maar omdat de spelers, behalve de maat, in het begin niet weten wie maat is, loont het soms om enige verwarring te zaaien.

Bij het spelen van een alleen of een piek/misère vormen de andere 3 spelers samen een blok tegen de hoogste bieder.

Er wordt doorgespeeld tot alle kaarten gespeeld zijn of totdat een speler (meestal de bieder) zeker is van het aantal slagen dat gehaald gaat worden en deze open legt. Bij bijvoorbeeld een 9 alleen met 9 troefkaarten en lage bijkaarten kan de spelende speler direct aangeven de 9 troef zeker te zullen halen en de overige 4 niet. Ook zal een piek of misère niet worden doorgespeeld als al bekend is dat hij niet gehaald gaat worden.

Delen

De 1e deler is willekeurig te kiezen (meest gebruikt: de jongste begint, dus degene die rechts van de jongste zit begint met delen). Het spreekt dus voorzich dat degene die links van de deler zit, als eerste zijn spel mag roepen. Als dit spel gekozen is, mag diegene als eerste een kaart opgooien. Het delen verschuift elk nieuw potje naar de volgende speler, met de klok mee. De speler die het vorige potje won of verloor, wordt dus niet de deler, zo komt iedereen een keer “voorop” te zitten. Het is ook van het grootste belang dat men na het spelen van een potje de kaarten NIET door elkaar schudt.

Spelen om geld

Men kan spelen om geld of om punten.

Categorieën: Algemeen